Laatst bijgewerkt: september 2026
De ABCDE-methode is een systematische manier om een acuut zieke of vitaal bedreigde patiënt te beoordelen. Je onderzoekt de patiënt in een vaste volgorde: Airway, Breathing, Circulation, Disability en Exposure. Problemen die direct levensbedreigend zijn, herken en behandel je eerst voordat je verdergaat met de volgende stap, zoals ook de Richtlijn ‘Leidraad – vitaal bedreigde patiënt’ adviseert.
De ABCDE-methode helpt verpleegkundigen en andere zorgprofessionals om snel prioriteiten te stellen. Tijdens de beoordeling blijf je de patiënt opnieuw beoordelen: verandert de toestand, dan begin je zo nodig opnieuw bij de A.
Wil je de ABCDE-methode oefenen met realistische casussen? Lees dan ook het artikel op Enurse over oefenen met ABCDE.
Wat betekent ABCDE?
| Stap | Betekenis | Wat beoordeel je onder andere? |
|---|---|---|
| A | Airway | Luchtweg en mogelijke obstructie |
| B | Breathing | Ademhaling, ademfrequentie, saturatie en ademarbeid |
| C | Circulation | Circulatie, pols, bloeddruk, capillaire refill en bloedverlies |
| D | Disability | Bewustzijn en neurologische toestand |
| E | Exposure | Volledige inspectie, temperatuur, huid en letsels |
Hoe gebruik je de ABCDE-methode?
Werk altijd in de volgorde A-B-C-D-E. Wanneer je bij een stap een levensbedreigend probleem vaststelt, krijgt dit direct prioriteit. Na een interventie beoordeel je het effect en ga je pas verder wanneer dat verantwoord is. Bij verslechtering beoordeel je de patiënt opnieuw vanaf de A.
A – Airway: is de luchtweg vrij?
Bij de A (Airway) beoordeel je of de luchtweg vrij is. Een bedreigde luchtweg heeft direct prioriteit.
Kijk en luister naar de patiënt. Kan de patiënt normaal spreken? Zijn er afwijkende ademgeluiden hoorbaar, zoals stridor, snurken of rochelen? Inspecteer indien nodig de mond en keel en let bijvoorbeeld op bloed, braaksel, slijm, zwelling of een corpus alienum.
Bij een bedreigde luchtweg onderneem je direct actie en schakel je zo nodig hulp in. Daarna beoordeel je opnieuw of de luchtweg voldoende vrij is voordat je verdergaat met de B.
Welke problemen kun je bij de A tegenkomen?
Voorbeelden zijn:
- obstructie door een corpus alienum; zoals voedsel, een loszittend gebitselement of een ander voorwerp dat de luchtweg blokkeert;
- bloed, slijm of braaksel in de luchtweg;
- zwelling van de luchtweg, bijvoorbeeld bij een allergische reactie;
- verminderd bewustzijn waardoor de patiënt de eigen luchtweg onvoldoende kan beschermen;
- trauma van gezicht, mond, keel of hals.
B – Breathing: hoe is de ademhaling?
Bij de B (Breathing) beoordeel je de ademhaling. Kijk naar de ademfrequentie, ademdiepte, regelmaat en ademarbeid. Let op het gebruik van hulpademhalingsspieren, de beweging van de thorax en de kleur van de patiënt. Meet de zuurstofsaturatie en ausculteer de longen wanneer dat mogelijk en relevant is.
Een afwijkende ademfrequentie kan een vroeg teken zijn van verslechtering. Beoordeel daarom niet alleen de saturatie, maar kijk naar het volledige klinische beeld.
Welke problemen kun je bij de B tegenkomen?
Voorbeelden zijn:
- hypoxemie (een te laag zuurstofgehalte);
- dyspneu en verhoogde ademarbeid;
- astma of een exacerbatie van COPD;
- pneumonie;
- longoedeem;
- pneumothorax;
- longembolie;
C – Circulation: hoe is de circulatie?
Bij de C (Circulation) beoordeel je of de circulatie voldoende is. Meet de hartfrequentie en bloeddruk en beoordeel het hartritme. Kijk daarnaast naar de perifere circulatie, bijvoorbeeld met de capillaire refill, de temperatuur en kleur van de huid en de perifere pulsaties.
Let op zichtbaar bloedverlies en andere aanwijzingen voor een circulatieprobleem. Bij verdenking op shock is het belangrijk snel de oorzaak te herkennen en volgens de afspraken van de instelling te handelen.
Afhankelijk van de situatie kunnen aanvullend bijvoorbeeld een ECG en bloedonderzoek nodig zijn.
Welke problemen kun je bij de C tegenkomen?
Voorbeelden zijn:
- shock, bijvoorbeeld hypovolemisch, distributief of cardiogeen;
- uitwendig of inwendig bloedverlies;
- hartritmestoornissen;
- hypotensie;
- acuut coronair syndroom;
- hartfalen;
- circulatiestilstand.
D – Disability: hoe is de neurologische toestand?
Bij de D (Disability) voer je een snelle beoordeling uit van het bewustzijn en de neurologische toestand.
Beoordeel het bewustzijn bijvoorbeeld met AVPU of de Glasgow Coma Scale (GCS/EMV-score). Controleer de pupillen op grootte, symmetrie en reactie op licht. Meet bij een verminderd of veranderd bewustzijn ook de bloedglucose. Afhankelijk van de klinische situatie beoordeel je daarnaast onder andere motoriek, sensibiliteit en tekenen van meningeale prikkeling.
Een verandering in bewustzijn kan verschillende oorzaken hebben. Denk onder andere aan hypoxie, hypoglykemie, intoxicatie, een neurologische aandoening of een postictale toestand.
Welke problemen kun je bij de D tegenkomen?
Voorbeelden zijn:
- verminderd of veranderd bewustzijn;
- hypoglykemie;
- insult of postictale toestand;
- CVA;
- intoxicatie;
- traumatisch hersenletsel;
- tekenen passend bij meningeale prikkeling.
Lees verder over het onderwerp bewustzijn bij de pagina over EMV-score of Glasgow Coma schaal (GSC).
E – Exposure: wat zie je bij verdere inspectie?
Bij de E (Exposure) inspecteer je de patiënt verder om afwijkingen te vinden die tijdens A tot en met D nog niet zijn opgevallen. Meet de lichaamstemperatuur en bekijk de huid. Inspecteer de patiënt zo volledig als de situatie vereist.
Let bijvoorbeeld op huidafwijkingen, wonden, bloedingen, zwellingen, letsels en tekenen van infectie. Houd tijdens de beoordeling rekening met de privacy van de patiënt en voorkom onnodige afkoeling.
Welke problemen kun je bij de E tegenkomen?
Voorbeelden zijn:
- koorts of hypothermie;
- huiduitslag of petechiën;
- wonden en ander letsel;
- zwellingen of oedeem;
- nog niet eerder opgemerkte bloedingen;
- tekenen van infectie;
- brandwonden.
Wanneer is een patiënt ABCDE-stabiel?
De term ABCDE-stabiel wordt gebruikt wanneer bij de systematische beoordeling geen direct bedreigde vitale functies worden gevonden of wanneer geconstateerde bedreigingen voldoende zijn behandeld.
Dat betekent niet dat de patiënt geen ernstige aandoening kan hebben of geen verdere behandeling nodig heeft. Blijf de toestand controleren en herhaal de ABCDE-beoordeling wanneer de klinische situatie verandert.
ABCDE oefenen met casussen
De stappen kennen is iets anders dan de ABCDE-methode daadwerkelijk toepassen. Daarom hebben we op eNurse aparte ABCDE-casussen waarmee je kunt oefenen. Je bepaalt daarbij zelf welke problemen je bij A, B, C, D en E herkent en welke prioriteit deze hebben.
![]()
ABCDE in het kort
De ABCDE-methode helpt je om een acuut zieke patiënt systematisch te beoordelen. Begin bij de Airway, gevolgd door Breathing, Circulation, Disability en Exposure. Behandel levensbedreigende problemen zodra je ze herkent en beoordeel daarna opnieuw het effect. Bij verslechtering begin je opnieuw bij de A. Overzicht van de ABCDE methode:
| Stap | Betekenis | Wat beoordeel je? |
|---|---|---|
| A | Airway | Is de luchtweg vrij? Zijn er obstructies zoals slijm, bloed of een vreemd voorwerp? |
| B | Breathing | Hoe is de ademhaling? Ademfrequentie, diepte, saturatie en ademarbeid |
| C | Circulation | Hoe is de circulatie? Pols, bloeddruk, capillaire refill en huidkleur |
| D | Disability | Hoe is het bewustzijn? AVPU-score, EMV of pupilreacties |
| E | Exposure | Inspectie van het lichaam, temperatuur, letsels of huidafwijkingen |
Wil je de ABCDE-methode oefenen met realistische casussen? Bekijk dan ook ons artikel over oefenen met ABCDE.