“Ik snap niet hoe jij het allemaal bijhoudt.”
Dat zegt mijn fulltime collega terwijl ze haar vierde koffie naar binnen giet en een overdracht voorleest die klinkt als een halve roman. Ik glimlach vriendelijk. Want ze heeft gelijk: ik snap het ook niet.
Als parttimer ben je altijd net te laat of te vroeg. Je mist cruciale updates, komt op dinsdag binnen in een totaal gereorganiseerde afdeling, en vraagt je af waarom meneer Janssen ineens op kamer 17 ligt met een mitella. Niemand weet nog waarom. Jij al helemaal niet.
En dan dat eeuwige schuldgevoel: “Nee hoor, ik kan wel even extra komen als het écht nodig is.” Spoiler: het is altijd écht nodig. Voor je het weet werk je 28 uur met het contract van 20. En toch word je bij elk werkoverleg begroet met: “O ja, jij was er de vorige keer niet.”
Maar parttimers zijn de lijm van de zorg. We komen binnen, pakken op, vangen af, kennen patiënten én hun huisdieren bij naam, en weten precies waar die ene wondzalf ligt die niemand kan vinden. En om 15:45 uur sprinten we weg, jassen nog half open, omdat de opvang sluit of de hond plast in de gang.
Kortom: het leven van een parttimer? Niet fulltime, wél full on.
Seraya (39) is verpleegkundige in een perifeer ziekenhuis. In haar persoonlijke en nuchtere columns deelt ze elke 2 weken momenten van ontroering, herkenning en humor uit het zorgleven.![]()