“U moet gewoon bellen als u hulp nodig heeft.” Ik zeg het tegen een meneer die sinds gisteren bij ons ligt. Hij is wat onzeker ter been en we hebben afgesproken dat hij niet alleen naar het toilet gaat. De bel ligt naast hem op bed. “Ja hoor zuster.”
Een halfuur later loop ik langs zijn kamer en zie ik hem op de rand van het bed zitten. Eén been al op de grond en zijn hand stevig om het nachtkastje.
“Waar gaat u naartoe?” “Naar het toilet.” “Maar dan zou u toch even bellen?” Hij kijkt een beetje schuldbewust. “Ja, maar jullie hebben het zo druk.” Het is een zin die ik vaker hoor. Vooral van patiënten die vervolgens juist dingen zelf gaan proberen waarvan wij liever hebben dat ze dat niet doen. Ze willen niet lastig zijn. Niet voor ieder wissewasje op die knop drukken. De verpleegkundige heeft tenslotte wel belangrijkere dingen te doen.
Ik help meneer naar het toilet en leg opnieuw uit dat hij juist moet bellen. Dat ik liever één keer extra kom dan dat ik hem straks van de grond moet rapen. Hij lacht en belooft beterschap. Later die middag kom ik weer bij hem. Zijn water is op en ik vraag of hij nog iets wil drinken. “Nee hoor.” “Zeker weten?” Hij kijkt naar de lege kan. “Nou, als u toch loopt, zou ik misschien wel wat water lusten.”
Alsof ik toevallig met een dienblad door het ziekenhuis wandel en hij van de gelegenheid gebruikmaakt. Ik vul zijn kan en wanneer ik terugkom vraagt hij of ik misschien ook zijn telefoon van de vensterbank kan pakken. En nu ik er toch ben, ligt zijn bril ergens aan de andere kant van het bed. “Kijk,” zeg ik, “dit is nou precies waarvoor u ook gewoon mag bellen.” Hij begint te lachen. “Ja, maar ik wil jullie niet de hele tijd laten lopen.”
Ik vertel hem dat lopen een vrij belangrijk onderdeel van mijn functie is en leg de bel weer naast zijn hand. Aan het einde van mijn dienst loop ik nog één keer bij hem binnen. Alles goed, meneer heeft niets nodig. Als ik de kamer uitloop hoor ik achter me een piepje. Zijn bel. Ik draai me om en steek mijn hoofd om de deur. “Ja?” Hij houdt lachend en schuldbewust zijn handen omhoog. “Foutje. Ga maar gauw weer verder.” Ik glimlach. Vooruitgang.
Seraya (41) is verpleegkundige in een perifeer ziekenhuis. In haar persoonlijke en nuchtere columns deelt ze elke 2 weken momenten van ontroering, herkenning en humor uit het zorgleven.