Mevrouw is 74 en ligt sinds gisteren bij ons op de afdeling. Ze is vriendelijk, praat makkelijk en heeft op bijna iedere vraag een duidelijk antwoord. Ze woont alleen, doet haar boodschappen zelf en redt zich thuis prima. Haar medicatie neemt ze iedere ochtend trouw in en eten gaat ook goed.
Ik ben halverwege mijn dienst als haar dochter binnenkomt. Ze stelt zich voor, hangt haar jas over de stoel en gaat naast het bed zitten. We praten even over hoe het gaat en ik vertel dat haar moeder vandaag waarschijnlijk nog een onderzoek krijgt.
“Heb je eigenlijk een beetje geslapen vannacht mam?”. “Prima hoor,” zegt mevrouw. Haar dochter kijkt haar aan. “Mam, je hebt mij om half drie nog geappt dat je geen oog dichtdeed.”. “Oh ja, vannacht niet zo goed. Maar normaal wel.” We praten verder. Ik vraag nog even naar de medicatie thuis, omdat er wat onduidelijkheid is over één van de tabletten. Mevrouw weet precies welke ik bedoel. Die neemt ze iedere ochtend.
“Nee mam, die neem je ’s avonds.” Mevrouw kijkt naar haar dochter. “Volgens mij ’s ochtends.” “Ik zet iedere week je medicijnen klaar.” “Ja, maar ik neem hem ’s ochtends.” “Nee.” Ik kijk van moeder naar dochter en besluit dat dit misschien een mooi moment is om de medicatielijst erbij te pakken.
Het gebeurt vaker. Een patiënt vertelt een verhaal en zodra de partner, zoon of dochter binnenkomt, ontstaat er ineens een tweede versie. Meneer loopt thuis zonder problemen naar boven, terwijl zijn vrouw vertelt dat hij al maanden beneden slaapt. Mevrouw eet uitstekend, waarna haar zoon zegt dat er vooral beschuit en yoghurt in de koelkast staan. En bijna iedereen neemt zijn medicijnen keurig volgens voorschrift totdat iemand uit de familie langzaam zijn wenkbrauwen optrekt.
Dat betekent niet meteen dat een patiënt liegt. Thuis redden mensen zich op hun eigen manier en wat voor ons belangrijk is, voelt voor iemand zelf soms helemaal niet bijzonder. Bovendien wil niemand graag zeggen dat iets niet meer zo goed lukt. Aan het einde van het gesprek vraag ik mevrouw hoe ze het thuis vindt gaan. “Goed hoor,” zegt ze. Haar dochter kijkt mij aan. Ik kijk naar haar dochter. Mevrouw ziet het. “Nou ja,” zegt ze. “Misschien kan het iets beter.”
Kijk. Daar kunnen we wat mee.
Seraya (40) is verpleegkundige in een perifeer ziekenhuis. In haar persoonlijke en nuchtere columns deelt ze elke 2 weken momenten van ontroering, herkenning en humor uit het zorgleven.