EWS-score: uitleg, voorbeeld, berekenen en acties voor verpleegkundigen

Laatst bijgewerkt: september 2026

De Early Warning Score (EWS) helpt verpleegkundigen om klinische achteruitgang bij een patiënt vroegtijdig te herkennen. Je meet verschillende vitale functies en kent aan afwijkende waarden punten toe. Hoe sterker de vitale functies afwijken, hoe hoger de score.

Maar een EWS is meer dan alleen een getal. De trend, je observaties en je klinische blik zijn minstens zo belangrijk. Een patiënt kan namelijk ernstig ziek zijn zonder een opvallend hoge score.

Op deze pagina lees je wat een EWS is, welke vitale functies je beoordeelt, hoe je een EWS berekent en wat je doet bij een verhoogde score.

Wat is een EWS?

EWS staat voor Early Warning Score. Het is een zogenoemd track-and-trigger-systeem: je volgt fysiologische waarden van een patiënt en afwijkingen kunnen aanleiding zijn voor extra controles, beoordeling of opschaling.

Een EWS wordt vooral gebruikt om achteruitgang bij volwassen patiënten vroeg te signaleren.

Er bestaat niet één universele EWS. Verschillende ziekenhuizen en zorginstellingen gebruiken verschillende systemen of varianten. Voorbeelden zijn:

  • EWS – Early Warning Score
  • MEWS – Modified Early Warning Score
  • NEWS2 – National Early Warning Score 2
  • lokaal aangepaste Early Warning Scores

Welke parameters, grenswaarden en acties worden gebruikt, kan daardoor per systeem en zorginstelling verschillen.

Gebruik in de praktijk daarom altijd de EWS en het bijbehorende protocol van je eigen organisatie.

Waarom gebruik je een EWS?

Een patiënt die klinisch achteruitgaat, laat vaak veranderingen in de vitale functies zien. De ademfrequentie neemt bijvoorbeeld toe, de bloeddruk daalt of de patiënt wordt minder alert.

Door vitale functies systematisch te meten en te scoren, worden veranderingen eerder zichtbaar.

Een EWS helpt je om:

  • afwijkende vitale functies systematisch te beoordelen
  • klinische achteruitgang eerder te herkennen
  • veranderingen in de tijd te volgen
  • te bepalen wanneer extra observatie of beoordeling nodig is
  • bevindingen gestructureerd over te dragen
  • tijdig hulp in te schakelen

De EWS ondersteunt daarmee het klinisch redeneren, maar vervangt dit niet.

Welke vitale functies gebruik je bij een EWS?

Welke parameters worden gescoord, hangt af van het gebruikte EWS-systeem.

Veel Early Warning Scores gebruiken in ieder geval een combinatie van:

  • ademfrequentie
  • zuurstofsaturatie
  • (systolische) bloeddruk
  • hartfrequentie
  • lichaamstemperatuur
  • bewustzijn

Bij sommige systemen worden aanvullende gegevens meegenomen, bijvoorbeeld het gebruik van extra zuurstof.

Wil je eerst weten welke normaalwaarden bij deze metingen horen? Bekijk dan de pagina over vitale functies en normaalwaarden.

Hoe bereken je een EWS-score?

Bij een EWS krijgt iedere gemeten parameter een aantal punten. Een waarde binnen het verwachte bereik krijgt meestal weinig of geen punten. Naarmate een waarde meer afwijkt, neemt het aantal punten toe.

Vervolgens tel je de punten bij elkaar op.

Een voorbeeld:

 

ParameterGemeten waardeEWS-punten*
Ademfrequentie18/min0
Saturatie95%0
Systolische bloeddruk146 mmHg0
Hartfrequentie111/min2
Temperatuur38,7 °C1
BewustzijnAlert0
Totaal  

*Dit is een rekenvoorbeeld op basis van een EWS-systeem en geen universele scoretabel. Grenswaarden en scores kunnen per systeem en instelling verschillen.

In dit voorbeeld bedraagt de totale EWS 3 punten.

Wat je vervolgens met deze score doet, wordt bepaald door het EWS-protocol van de organisatie waar je werkt. Een bepaalde totaalscore kan bijvoorbeeld aanleiding zijn om vaker vitale functies te meten, een arts te informeren of een acute beoordeling te laten plaatsvinden.

Wat betekent een hoge EWS?

Over het algemeen geldt: hoe hoger de EWS, hoe sterker één of meerdere fysiologische parameters afwijken.

Maar de totaalscore vertelt niet het hele verhaal.

Stel dat een patiënt op meerdere parameters licht afwijkt. Dat kan samen een verhoogde EWS opleveren. Een andere patiënt kan één sterk afwijkende vitale functie hebben, terwijl de overige waarden normaal zijn.

Beide situaties kunnen klinisch belangrijk zijn.

Kijk daarom niet alleen naar de totaalscore, maar ook naar:

  • welke parameter afwijkt
  • hoe sterk deze afwijkt
  • veranderingen ten opzichte van eerdere metingen
  • de snelheid waarmee waarden veranderen
  • klachten en symptomen
  • de algemene indruk van de patiënt
  • je eigen klinische bezorgdheid

Wat doe je als verpleegkundige bij een verhoogde EWS?

Een verhoogde EWS vraagt om beoordeling en mogelijk actie. Welke actie nodig is, hangt af van de hoogte en samenstelling van de score, de toestand van de patiënt en het lokale protocol.

Denk daarbij aan:

  1. Controleer de metingen.
    Kloppen de waarden en zijn ze betrouwbaar gemeten?
  2. Kijk naar de patiënt.
    Hoe ziet de patiënt eruit? Is er benauwdheid, bleekheid, sufheid, pijn, onrust of een andere verandering?
  3. Beoordeel de trend.
    Vergelijk de huidige waarden en EWS met eerdere metingen.
  4. Beoordeel de patiënt systematisch.
    Bij acute achteruitgang kun je hiervoor bijvoorbeeld de ABCDE-methode gebruiken.
  5. Volg het lokale EWS-protocol.
    Daarin staat wanneer je opnieuw moet meten en wanneer je moet overleggen of opschalen.
  6. Communiceer gestructureerd.
    Gebruik bijvoorbeeld de SBAR/SBARR wanneer je een arts, verpleegkundig specialist of ander behandelteam informeert.
  7. Schakel zo nodig acute hulp in.
    Bij een vitaal bedreigde patiënt kan afhankelijk van de organisatie bijvoorbeeld het Spoed Interventie Team (SIT) of een vergelijkbaar team worden ingeschakeld.

Bij een acute noodsituatie wacht je uiteraard niet eerst af wat de uiteindelijke EWS-score wordt.

De trend is belangrijker dan één losse meting

Een belangrijke functie van een EWS is het zichtbaar maken van veranderingen.

Stel dat een patiënt achtereenvolgens een EWS heeft van:

0 → 1 → 2 → 4

De stijgende score laat zien dat de fysiologische toestand verandert. Kijk daarom altijd naar eerdere scores en afzonderlijke vitale functies.

Hetzelfde geldt andersom. Een dalende EWS kan passen bij herstel, maar beoordeel ook dan of dit overeenkomt met de klinische toestand van de patiënt.

Een EWS moet dus niet alleen worden berekend, maar vooral worden geïnterpreteerd.

Praktische tips voor het gebruik van EWS

  • Ken de normaalwaarden van jouw patiënt (bijv. bij COPD zijn afwijkingen soms ‘normaal’)

  • Observeer ook de trend: stijgt de score langzaam over meerdere momenten?

  • Combineer EWS altijd met klinisch redeneren: gebruik je observaties, gesprek en onderbuikgevoel

  • Laat je niet leiden door ‘lage score = veilig’ — kijk naar het hele plaatje

Verschil tussen EWS en MEWS

De term Early Warning Score (EWS) wordt vaak gebruikt als verzamelnaam voor scoresystemen die helpen om klinische verslechtering bij patiënten vroeg te herkennen. In de praktijk bestaan er verschillende varianten van zo’n score.

Een veelgebruikte variant is de MEWS (Modified Early Warning Score). Dit systeem uit de acute zorg kijkt onder andere naar vitale functies zoals ademfrequentie, hartslag, bloeddruk, temperatuur en het bewustzijn van de patiënt. Veel ziekenhuizen hebben hun eigen versie van deze score, soms geïntegreerd in het elektronisch patiëntendossier.

EWS, ABCDE en SBAR: hoe hangen ze samen?

EWS, ABCDE en SBAR hebben ieder een andere functie.

EWS
Helpt veranderingen in vitale functies signaleren en kwantificeren.

ABCDE
Helpt een (mogelijk) vitaal bedreigde patiënt systematisch te beoordelen en problemen op volgorde van urgentie te behandelen.

SBAR
Helpt je bevindingen vervolgens gestructureerd aan een andere zorgprofessional over te dragen.

In de praktijk kunnen deze methoden elkaar dus opvolgen.

Je constateert bijvoorbeeld een verhoogde EWS → je beoordeelt de patiënt volgens ABCDE → je overlegt met de arts via SBAR → afhankelijk van de situatie en het lokale protocol wordt verdere hulp ingeschakeld.

Veelgestelde vragen over de EWS

Waar staat EWS voor?

EWS staat voor Early Warning Score. Het is een scoresysteem dat helpt om klinische achteruitgang bij een patiënt vroegtijdig te herkennen.

Welke vitale functies meet je voor een EWS?

Dat verschilt per systeem. Veel Early Warning Scores gebruiken ademfrequentie, zuurstofsaturatie, systolische bloeddruk, hartfrequentie, temperatuur en bewustzijn.

Kan een patiënt ernstig ziek zijn met een lage EWS?

Ja. Een EWS ondersteunt de klinische beoordeling, maar sluit ernstige ziekte of achteruitgang niet uit. Klinische zorgen kunnen op zichzelf reden zijn voor verdere beoordeling en opschaling.

Ook interessant om te lezen