Sommige diensten weet je het meteen. Je hangt je jas op, loopt de afdeling op en voelt het gewoon. Dit wordt zo’n dag.
De telefoon gaat. Een collega meldt zich ziek. De koffieautomaat geeft een storing. En het is nog geen acht uur.
Tijdens de overdracht hoor je woorden als “onrustige nacht”, “veel familievragen” en “de arts komt straks even langs”. Dat laatste betekent in de praktijk meestal dat niemand weet wanneer.
Om 08:03 uur ben je al drie keer onderbroken. Om 08:07 uur ben je iets kwijt. Om 08:12 uur vraag je jezelf af waarom je ooit dacht dat verpleegkunde een rustig beroep zou zijn.
Toch gebeurt er iets bijzonders op zulke dagen.
Niemand raakt echt in paniek. Collega’s schieten elkaar te hulp. Er wordt gelachen om kleine rampen. Iemand regelt koffie. Iemand anders vangt een patiënt op. En voor je het weet draait de afdeling weer.
Niet soepel. Niet georganiseerd. Maar het draait. Dat is misschien wel het mooiste aan verpleegkundigen.
We beginnen sommige dagen met een achterstand die eigenlijk niet meer in te halen is. En toch lukt het bijna altijd om aan het einde van de dienst te denken:
“Nou… we hebben het weer gered.”
Ook al weten we allemaal dat morgen waarschijnlijk precies hetzelfde gebeurt.
Seraya (40) is verpleegkundige in een perifeer ziekenhuis. In haar persoonlijke en nuchtere columns deelt ze elke 2 weken momenten van ontroering, herkenning en humor uit het zorgleven.