Er zijn vaardigheden die je niet leert tijdens je opleiding verpleegkunde. Professioneel knikken is daar één van. Iedere verpleegkundige beheerst het. Soms zonder het zelf door te hebben. Een patiënt vertelt zijn verhaal. Je luistert aandachtig, knikt af en toe en zegt op precies het juiste moment: “Ja…” of “Dat lijkt me lastig.”
Ondertussen gaan er in je hoofd nog ongeveer vijftien andere dingen om. Heb ik die arts al teruggebeld? Waar is de saturatiemeter gebleven? En waarom heb ik nog steeds drie openstaande rapportages? Toch blijft de buitenkant rustig. Er wordt geknikt.
In de loop der jaren ontwikkel je verschillende soorten knikjes. Het empathische knikje. Het geïnteresseerde knikje. Het “ik volg u nog steeds”-knikje wanneer een patiënt voor de derde keer hetzelfde verhaal vertelt. En natuurlijk het afsluitende knikje. Dat knikje waarmee je subtiel probeert duidelijk te maken dat het gesprek richting een einde mag gaan.
Dat laatste werkt zelden.
Sterker nog: sommige patiënten zien een knikje juist als een uitnodiging om nog een extra hoofdstuk toe te voegen aan hun verhaal. Voor je het weet weet je alles over hun vakantie in Zeeland, hun buurman en de hond die ze in 1997 hadden. Maar eerlijk is eerlijk: dat hoort ook bij ons vak.
Mensen willen zich gehoord voelen. Soms is een luisterend oor belangrijker dan welk verpleegplan dan ook. Dus knikken we verder. Professioneel. Begripvol.
En vaak terwijl we stiekem proberen te bedenken waar die verdwenen saturatiemeter nu weer is gebleven.