Het begon met appjes.
“Ga jij het redden morgenochtend?”
“Ze zeggen dat het glad wordt.”
“Misschien blijf ik wel hier slapen.”
En ineens was het geen grap meer.
In verschillende ziekenhuizen in het noorden bleven verpleegkundigen slapen.
Niet omdat het moest.
Maar omdat zorg niet stopt als het sneeuwt.
Er werden matrassen geregeld.
Stoelen tegen elkaar geschoven.
Een soort geïmproviseerde slaapzaal, ergens tussen een vergaderruimte en een leeg kantoor.
Pyjama’s waren er niet.
Wel dekens.
En heel veel verhalen.
Collega’s die elkaar normaal alleen zien tijdens overdrachten, lagen nu naast elkaar te snurken.
Of wakker te zijn.
Of zacht te lachen om de absurditeit van het geheel.
Iemand zei: “Dit voelt een beetje als schoolkamp.”
En iemand anders antwoordde: “Ja, maar dan zonder kampvuur en mét infuuspompen.”
Het bijzondere was niet dat iedereen bleef.
Het bijzondere was hoe vanzelfsprekend het voelde.
Geen groot gebaar.
Geen heldenverhaal.
Gewoon: we regelen het wel.
De volgende ochtend stonden ze weer op.
Met slaperige hoofden.
En koffie die harder nodig was dan normaal.
Buiten lag nog steeds sneeuw.
Binnen draaide de zorg door.
En ergens dacht ik:
dit zie je niet terug in beleidsstukken.
Niet in jaarverslagen.
Niet in functiebeschrijvingen.
Maar dit is zorg.
Niet groots.
Niet heroïsch.
Wel samen.
Seraya (39) is verpleegkundige in een perifeer ziekenhuis. In haar persoonlijke en nuchtere columns deelt ze elke 2 weken momenten van ontroering, herkenning en humor uit het zorgleven.![]()