Toedieningsvormen van medicatie: een overzicht voor verpleegkundigen

Laatst bijgewerkt: juni 2026

Medicijnen kunnen op verschillende manieren worden toegediend. Welke toedieningsvorm wordt gekozen, hangt onder andere af van de werking van het geneesmiddel, de snelheid waarmee het effect gewenst is en de situatie van de patiënt.

Voor verpleegkundigen is het belangrijk om de verschillende toedieningsvormen te herkennen en te begrijpen waarom voor een bepaalde manier wordt gekozen. Daarnaast horen bij iedere toedieningsvorm specifieke aandachtspunten voor observatie, voorlichting en medicatieveiligheid.

Waarom bestaan er verschillende toedieningsvormen?

Niet ieder geneesmiddel werkt even goed wanneer het via de mond wordt ingenomen. Sommige medicijnen worden in de maag afgebroken, terwijl andere juist snel in de bloedbaan moeten worden opgenomen. Daarom bestaan er verschillende manieren om medicatie toe te dienen.

Een patiënt met ernstige pijn kan bijvoorbeeld een medicijn via een infuus krijgen voor een snelle werking. Iemand met diabetes gebruikt vaak insuline via een onderhuidse injectie. En een patiënt met astma gebruikt inhalatiemedicatie zodat het geneesmiddel direct in de longen terechtkomt.

Orale toediening

Bij orale toediening wordt medicatie via de mond ingenomen. Dit is de meest voorkomende toedieningsvorm.

Voorbeelden zijn:

  • tabletten
  • capsules
  • drankjes
  • poeders

Voordelen zijn dat orale medicatie eenvoudig toe te dienen is en meestal weinig belastend is voor de patiënt. Nadeel is dat het geneesmiddel eerst door het maag-darmkanaal moet worden opgenomen voordat het effect optreedt.

Sublinguale toediening

Bij sublinguale toediening wordt een tablet of spray onder de tong aangebracht.

Via de slijmvliezen onder de tong wordt het geneesmiddel snel opgenomen in de bloedbaan. Hierdoor treedt het effect vaak sneller op dan bij orale medicatie.

Een bekend voorbeeld is nitroglycerinespray bij pijn op de borst door angina pectoris.

Rectale toediening

Bij rectale toediening wordt medicatie via de anus ingebracht.

Voorbeelden zijn:

  • zetpillen
  • klysma’s

Rectale toediening kan handig zijn wanneer een patiënt misselijk is, moet braken of geen medicatie via de mond kan innemen.

Inhalatiemedicatie

Bij inhalatie wordt het geneesmiddel ingeademd via de luchtwegen.

Deze toedieningsvorm wordt veel gebruikt bij aandoeningen zoals astma en COPD.

Voorbeelden zijn:

  • salbutamol
  • ipratropium
  • budesonide

Het voordeel is dat het medicijn direct terechtkomt op de plaats waar het nodig is: de longen.

Dermale en transdermale toediening

Dermale medicatie wordt op de huid aangebracht, bijvoorbeeld in de vorm van een crème of zalf.

Bij transdermale toediening wordt het geneesmiddel via de huid opgenomen in de bloedbaan. Dit gebeurt meestal met een pleister.

Voorbeelden zijn:

  • nicotinepleisters
  • fentanylpleisters
  • hormoonpleisters

Een belangrijk aandachtspunt is dat warmte de opname van sommige medicatiepleisters kan beïnvloeden.

Subcutane injectie

Bij een subcutane injectie wordt medicatie in het onderhuidse vetweefsel toegediend.

Veelgebruikte voorbeelden zijn:

  • insuline
  • laagmoleculairgewichtheparine

De opname verloopt meestal langzamer dan bij een intraveneuze injectie.

Intramusculaire injectie

Bij een intramusculaire injectie wordt medicatie rechtstreeks in een spier toegediend.

Deze methode wordt bijvoorbeeld gebruikt voor bepaalde vaccins en sommige pijnstillers.

Omdat spieren goed doorbloed zijn, wordt het geneesmiddel relatief snel opgenomen.

Intraveneuze toediening

Bij intraveneuze toediening wordt medicatie rechtstreeks in een ader toegediend.

Dit gebeurt vaak via een infuus.

Het grote voordeel is dat het geneesmiddel direct in de bloedbaan terechtkomt en daardoor snel werkt. Daarom wordt deze toedieningsvorm veel gebruikt in ziekenhuizen en tijdens acute situaties.

Veelgemaakte fouten rondom toedieningsvormen

Een veelvoorkomende fout is dat onvoldoende rekening wordt gehouden met de manier waarop medicatie moet worden toegediend. Sommige tabletten mogen bijvoorbeeld niet worden fijngemaakt, terwijl bepaalde inhalatiemedicatie alleen goed werkt wanneer de inhalatietechniek correct wordt uitgevoerd.

Ook is het belangrijk om alert te zijn op verwisselingen tussen verschillende toedieningsvormen. Controleer daarom altijd het juiste medicijn, de juiste dosering, de juiste patiënt en de juiste toedieningswijze.

Conclusie

Medicatie kan op verschillende manieren worden toegediend. Iedere toedieningsvorm heeft eigen voordelen, nadelen en aandachtspunten. Voor verpleegkundigen is het belangrijk om deze verschillen te kennen, zodat medicijnen veilig kunnen worden toegediend en mogelijke problemen tijdig worden herkend.

Ook interessant om verder te lezen