Een blaasontsteking (urineweginfectie, UWI) komt vaak voor, zeker bij ouderen. Maar bij deze groep verloopt een infectie vaak anders dan bij jongere volwassenen. De symptomen zijn minder specifiek, het risico op complicaties is groter, en overbehandeling ligt op de loer. Als verpleegkundige speel je een belangrijke rol in het vroegtijdig herkennen, juist interpreteren en adequaat handelen.
Wat is een blaasontsteking?
Een blaasontsteking is een infectie van de lagere urinewegen, meestal veroorzaakt door bacteriën (vaak E. coli) die via de plasbuis de blaas bereiken. De medische term voor blaasontsteking is cystitis. Als de infectie opstijgt naar de nieren, spreekt men van een pyelonefritis.
Ouderen hebben om verschillende redenen meer kans op blaasontstekingen. De blaasfunctie neemt af, er is vaak sprake van verminderde mobiliteit en het immuunsysteem wordt zwakker naarmate we ouder worden. Ook speelt chronische ziekte een rol: diabetes bijvoorbeeld verhoogt het risico op infecties. Bij vrouwen na de menopauze neemt bovendien het oestrogeen af, wat de slijmvliezen kwetsbaarder maakt voor bacteriële infecties.
Typische klachten bij jongere patiënten
Bij gezonde jongere volwassenen zijn de klachten vaak duidelijk:
Pijn of branderig gevoel bij het plassen
Drang om vaak kleine beetjes te plassen
Troebele of sterk ruikende urine
Eventueel koorts of buikpijn
Atypische klachten bij ouderen
Bij ouderen zijn de symptomen vaak minder uitgesproken of zelfs afwezig. Dat maakt signalering lastig. Klachten kunnen zijn:
Verwardheid of acuut delier
Verminderde eetlust
Algehele achteruitgang
Urine-incontinentie of verandering in mictiepatroon
Koorts (soms afwezig door verminderde thermoregulatie)
Malaise of vallen
Let op: bij kwetsbare ouderen, zoals mensen met dementie of multimorbiditeit, kan een UWI zich slechts uiten als plotselinge gedragsverandering.
Verpleegkundige aandachtspunten
Observeer veranderingen in gedrag of lichamelijke toestand zorgvuldig.
Rapporteer opvallende verschijnselen systematisch (bijv. volgens SBARR).
Wees alert op atypische symptomen, vooral bij kwetsbare ouderen.
Overleg bij twijfel met de arts of specialist ouderengeneeskunde.
Let op risicofactoren zoals kathetergebruik, immobiliteit, diabetes.
Diagnostiek
Urineonderzoek: niet zomaar! Alleen bij passende symptomen wordt urine ingezameld voor een test of kweek.
Houd bij urine-opvang rekening met contaminatie: midstream urine, bij voorkeur in de ochtend, is het meest betrouwbaar.
Kathetergebruik? Neem urine af via het katheterpoortje, niet uit de opvangzak.
Behandeling
Bij symptomatische UWI bij ouderen wordt vaak gekozen voor een antibiotica om te de infectie te bestrijden:
Nitrofurantoïne (eerste keus bij ongecompliceerde UWI)
Fosfomycine of trimethoprim (alternatief afhankelijk van allergie, nierfunctie of lokale resistentie)
Bij tekenen van weefselinvasie (koorts, flankpijn, algehele malaise) is sprake van een gecompliceerde UWI en is andere behandeling vereist (bv. met ciprofloxacine of amoxicilline/clavulaanzuur).
Preventie: blaasontsteking voorkomen bij ouderen
Verpleegkundigen kunnen bijdragen aan preventie van UWI bij ouderen door:
Voldoende vochtinname te stimuleren
Goede hygiëne bij continentieproblemen
Kathetergebruik zo veel mogelijk te beperken of tijdig te verwijderen
Mobiliteit te stimuleren