Een centrale lijn — ook wel centrale veneuze katheter (CVK) genoemd — is een belangrijk hulpmiddel in de zorg voor patiënten die langdurige of intensieve therapie nodig hebben. Maar wat is het precies, wanneer wordt het gebruikt, en wat moet jij als verpleegkundige weten over de verzorging en complicaties?
Wat is een centrale lijn?
Een centrale lijn is een katheter die via een groot bloedvat naar de centrale circulatie (meestal de vena cava superior) wordt geleid. De lijn wordt vaak ingebracht via de vena jugularis interna, vena subclavia of vena femoralis. Centrale lijnen worden met name geplaatst bij patiënten die intensieve of langdurige intraveneuze therapie nodig hebben, bijvoorbeeld op de IC, in de oncologische zorg of bij dialyse.
Er zijn verschillende soorten centrale lijnen:
Niet getunnelde CVK. Bij kortdurend gebruik; ingebracht via de hals of lies (veel op Intensive Care)
- Getunnelde CVK (Hickman). Bij langdurig gebruik; tunnel onder de huid vermindert infectierisico.
- Port-a-cath (PAC). Implanteerbaar reservoir onder de huid; vaak bij chemotherapie.
- PICC-lijn. Perifeer ingebracht via de arm, de tip eindigt centraal in de grote holle ader (vena cava).
Wanneer wordt een centrale lijn gebruikt?
Een centrale lijn (CVK) kan wegens verschillende indicaties worden geplaatst, maar gebeurt niet zomaar. De plaatsing van zo een centraal veneuze katheter is namelijk risicovoller dan de plaatsing van een ‘gewone’ perifere katheter (venflon/infuusnaald). Een centrale lijn wordt geplaatst bij patiënten die:
Langdurige intraveneuze medicatie nodig hebben (zoals antibiotica of chemotherapie)
Parenterale voeding krijgen (TPV)
Moeilijk perifeer te prikken zijn
Centrale veneuze drukmeting nodig hebben (CVD)
Bloedproducten of irriterende stoffen (zoals kalium of cytostatica) toegediend krijgen
Inbrengen van een centrale lijn
Een CVK wordt ingebracht door een arts (vaak een intensivist of anesthesioloog) onder steriele omstandigheden, meestal met behulp van echogeleiding. Toegangsplaatsen zijn bijvoorbeeld:
Vena jugularis interna
Vena subclavia
Vena femoralis
Na plaatsing wordt altijd een controlefoto (X-thorax) gemaakt om ligging te bevestigen en complicaties zoals een pneumothorax (klaplong) uit te sluiten.
Verpleegkundige aandachtspunten
Als verpleegkundige heb je een belangrijke rol in de observatie, verzorging en veiligheid rond de centrale lijn. Enkele aandachtspunten:
Verzorging en onderhoud
Dagelijkse inspectie van insteekopening op roodheid, zwelling of pus (tekenen van infectie)
Controleren op koorts of tekenen van sepsis
Verbandwissel volgens protocol (vaak 1–2 keer per week, afhankelijk van type CVC)
Controle op doorloop, afsluiten en spoelen volgens richtlijn
Instructie geven aan patiënt (vooral bij ontslag met een centrale lijn)
Let op: bij koorts of tekenen van sepsis altijd denken aan lijnsepsis als mogelijke oorzaak.