“Hoe gaat het op je werk?” vraagt mijn moeder in de familie-app.
Ik heb net een nachtdienst achter de rug waarin mevrouw Z. besloot bijna het brandalarm af te laten gaan met haar zelf meegebrachte elektrische dekentje, meneer K. zijn infuus eruit trok en iemand in alle rust besloot in bed te bevallen – wat knap is, als je officieel niet zwanger bent. Maar goed, ik typ:
“Druk, maar goed!”
Mijn broer reageert met een gifje van iemand die flauwvalt. Mijn tante wil weten of dat dekentje nog werkt. Mijn neef leest het waarschijnlijk niet, tenzij ik het woord “bier” gebruik. En mijn vader stuurt, zoals altijd, alleen een duim omhoog.
Het is lief bedoeld, dat weet ik. Maar hoe leg je uit dat je werkdag voelt als een achtbaan, terwijl jij degene bent die ‘m draaiende moet houden?
Soms denk ik: ik zou een anonieme Instagram moeten beginnen. Niet om patiënten belachelijk te maken – daar heb ik een geweten voor – maar gewoon om het even van me af te schrijven. Zoals over die vrouw van 94 die gister tegen me zei: “Ik weet nog hoe ik me voelde toen ik voor het eerst verliefd werd. Dat weet jij ook nog wel hè, meisje?”
En dan raakt iets me, midden in de chaos.
En dan wil ik het delen.
Maar in de familie-app houd ik het bij: “Ja, gaat wel hoor.”
Misschien is dat ook genoeg.
Seraya (39) is verpleegkundige in een perifeer ziekenhuis. In haar persoonlijke en nuchtere columns deelt ze elke 2 weken momenten van ontroering, herkenning en humor uit het zorgleven.
Ook interessant om verder te lezen:
![]()