07:09 uur. Ik kom het ziekenhuis binnen en de afdeling op, nog een beetje slaperig. Ik hoor een pieper op de gang afgaan. Een slok koffie zou welkom zijn, maar er is geen tijd. De overdracht begint.
De nachtploeg zit al klaar. Sommige gezichten moe, andere gejaagd. Iemand zit driftig te tikken op een toetsenbord — blijkbaar zijn de rapportages nog niet af. “We lopen een beetje uit,” zegt een collega met een flauwe glimlach. Geen probleem, zeg ik, maar ik voel mijn schouders al een beetje stijver worden.
En dan begint het.
“Mevrouw X was wat onrustig vannacht.”
“Wat is ‘onrustig’ precies?” vraag ik.
Twee schouders gaan tegelijk omhoog. “Tsja… gewoon… onrustig.”
Ik knik, noteer niets.
Even later: “Bij meneer Y is een urinekweek afgenomen.”
“Oh ja? Wat was de reden?”
“Weet ik niet precies, dat heeft de arts-assistent aangevraagd.”
Ik zucht. Inwendig. Want ik weet: deze overdracht gaat me straks extra tijd kosten.
En toch… ik snap het. Het is laat geweest. De avonddienst was krap bemand. Iedereen heeft z’n best gedaan.
Maar overdracht is geen gezellig bijkletsuurtje. Het is de spil van onze zorg. De plek waar we de puzzelstukjes doorgeven. En als die puzzelstukjes missen, leg ik straks een heel andere puzzel.
Als ik even later wél die slok koffie neem — lauw, maar welkom — neem ik me voor: vanmiddag zorg ik voor een overdracht waar de avonddienst wat aan heeft. Geen vaagheden, geen halve info. Gewoon zorg die staat.
Want ik weet inmiddels: dat maakt het verschil tussen doorwerken en dóórwerken.
Seraya (39) is verpleegkundige in een perifeer ziekenhuis. In haar persoonlijke en nuchtere columns deelt ze elke 2 weken momenten van ontroering, herkenning en humor uit het zorgleven.![]()