Wat is een CAT en hoe maak ik die?

Een CAT (Critically Appraised Topic) is een korte, gestructureerde samenvatting van wetenschappelijk onderzoek rondom één duidelijke praktijkvraag. In een CAT beoordeel je kritisch één of meerdere studies en vertaal je de belangrijkste bevindingen naar de dagelijkse zorgpraktijk.

Binnen de verpleegkunde wordt de CAT steeds vaker gebruikt als toetsvorm. Tijdens een opleiding tot hbo-verpleegkundige of verpleegkundig specialist krijg je regelmatig de opdracht om een CAT te schrijven in het kader van evidence-based practice (EBP). Daarbij leer je niet alleen literatuur zoeken, maar vooral ook kritisch beoordelen en toepassen.

Het doel van een CAT is simpel: betere zorg leveren op basis van het best beschikbare bewijs. Je onderzoekt een concrete praktijkvraag en bekijkt wat de literatuur daarover zegt. Vervolgens maak je de vertaalslag naar jouw eigen werkveld. Wat betekenen deze onderzoeksresultaten voor jouw patiënten, cliënten of afdeling?

Een CAT wordt uitgevoerd in uiteenlopende zorgsettings: van huisartsenpraktijk tot ziekenhuis, van GGZ-instelling tot verpleeghuis. Juist omdat het zo praktijkgericht is, past het goed binnen de verpleegkundige beroepsuitoefening.

Wat is het doel van een CAT?

Het doel van een CAT is om snel en gestructureerd relevante informatie over een specifiek onderwerp te verzamelen, kritisch te beoordelen en te analyseren. Zo kun je onderbouwde keuzes maken in de klinische praktijk.

Het gaat dus niet alleen om het samenvatten van onderzoek, maar om het beantwoorden van één duidelijke vraag:
Wat zegt het bewijs — en wat betekent dat voor mijn dagelijkse zorgpraktijk?

Hoe maak je een CAT?

Uiteindelijk werk je toe naar een helder eindproduct: een beknopte samenvatting van kritisch geanalyseerde literatuur die jouw geformuleerde praktijkvraag beantwoordt.

Dat doe je stap voor stap, volgens een vaste structuur. Hieronder nemen we je mee in de belangrijkste stappen bij het maken van een CAT.

Stap 1: aanleiding

Een CAT begint altijd in de praktijk. Misschien loop je tijdens je werk ergens tegenaan. Dat hoeft geen groot of ingewikkeld probleem te zijn. Juist kleine twijfels of vragen uit de dagelijkse zorg zijn vaak geschikt.

Bijvoorbeeld:

  • “Kan een patiënt met hypothyreoïdie baat hebben bij een glutenvrij dieet?”

  • “Ik verwijder bij patiënten met een tijdelijke blaaskatheter de katheter vóór de nacht. Maar zou dat eigenlijk ook al overdag kunnen?”

Soms gaat het om één specifieke patiënt, soms om een terugkerende vraag bij een hele groep cliënten. Wat de aanleiding ook is: er is altijd een concrete praktijksituatie die je nieuwsgierig maakt.

De eerste stap is dat je deze aanleiding vertaalt naar een duidelijke en gerichte onderzoeksvraag. Zorg dat je vraag voldoende afgebakend en specifiek is. Hoe concreter je formuleert, hoe makkelijker het wordt om gericht literatuur te zoeken en tot een bruikbare conclusie te komen voor jouw praktijk.

Stap 2: vraag opstellen

Om een scherpe en goed onderbouwde onderzoeksvraag te formuleren, kun je gebruikmaken van de PICO-methode. Dit helpt je om je vraag concreet en afgebakend te maken. Een duidelijke PICO-vraag scheelt je bovendien veel tijd bij het zoeken naar literatuur, omdat je gerichter kunt zoeken in databases.

Met het voorbeeld uit stap 1 zou je onderzoeksvraag bijvoorbeeld kunnen zijn:

  • “Welk risico loopt een patiënt met een tijdelijke blaaskatheter wanneer deze overdag wordt verwijderd in plaats van voor de nacht?”

  • “In hoeverre hebben patiënten met hypothyreoïdie baat bij een glutenvrij dieet?”

Door je vraag op deze manier te formuleren, voorkom je dat je onderwerp te breed wordt en vergroot je de kans dat je relevante en bruikbare artikelen vindt.

Stap 3: literatuur zoeken

Nu ga je op zoek naar betrouwbare en relevante literatuur, bijvoorbeeld via databanken zoals Cochrane en PubMed.

Het is goed om te weten dat niet elk artikel in deze databases automatisch van hoge kwaliteit is. Er bestaat verschil in bewijskracht. In de zogenoemde piramide van bewijslast staat een systematische review (SR) bijvoorbeeld hoger dan een afzonderlijk cohortonderzoek. Hoe hoger in de piramide, hoe sterker het wetenschappelijke bewijs doorgaans is.

Voor jouw CAT betekent dit: kies niet zomaar het eerste artikel dat je vindt, maar kijk kritisch naar het soort onderzoek en de kwaliteit ervan. Is het onderzoek goed opgezet? Is de patiëntengroep vergelijkbaar met jouw praktijk? Zijn de uitkomsten relevant voor jouw klinische vraag?

Om je daarbij te helpen, kun je gebruikmaken van beoordelingsformulieren, zoals de checklists van Cochrane. Deze helpen je stap voor stap om een artikel kritisch te beoordelen op kwaliteit en bruikbaarheid.

Zo zorg je ervoor dat jouw CAT niet alleen netjes geschreven is, maar ook echt gebaseerd is op sterk en toepasbaar bewijs voor de praktijk.

Stap 4: evalueren

In deze fase ga je het gevonden onderzoek kritisch analyseren en vertalen naar de praktijk. Je beoordeelt de belangrijkste resultaten en schrijft vervolgens een heldere samenvatting van je bevindingen. Vaak geldt er een maximum (bijvoorbeeld 1000 woorden) en wordt verwacht dat je jouw CAT presenteert in de vorm van een presentatie of poster(pitch). Check daarom altijd bij je opleiding wat de exacte voorwaarden zijn.

Belangrijk: neem onderzoeksresultaten nooit zomaar over. Onderzoek moet altijd kritisch bekeken worden. Denk bijvoorbeeld aan mogelijke bias (vertekening).

  • Bestond de onderzoeksgroep alleen uit vrouwen?

  • Kwam de studie uit één specifiek land of zorgsysteem?

  • Was de patiëntengroep vergelijkbaar met jouw doelgroep?

Stel jezelf steeds de vraag: kan ik deze conclusies toepassen op mijn eigen patiënten of cliënten?

Een goede CAT laat niet alleen zien wat de uitkomst van het onderzoek is, maar ook hoe jij als verpleegkundige afweegt of het bewijs toepasbaar en relevant is voor jouw dagelijkse praktijk. Dat maakt jouw CAT waardevol — niet alleen voor je opleiding, maar vooral voor de zorg die je levert.

Stap 5: aanbevelingen

Je hebt nu een beargumenteerde conclusie geformuleerd. De belangrijkste vraag is: kun je jouw oorspronkelijke praktijkvraag beantwoorden?

Dat antwoord hoeft niet zwart-wit te zijn. Misschien blijkt uit de literatuur dat een bepaalde interventie duidelijk effect heeft. Maar het kan ook zijn dat er onvoldoende of tegenstrijdig onderzoek beschikbaar is. Ook dat is een waardevolle uitkomst.

Als er weinig bewijs is, kun je bijvoorbeeld concluderen dat er meer onderzoek nodig is. Of je kunt aangeven dat voorzichtigheid geboden is bij het toepassen van een interventie in de praktijk.

Daarnaast kun je een praktische aanbeveling doen, zoals:

  • Het organiseren van een klinische les over het onderwerp.

  • Het aanpassen van een protocol.

  • Het starten van een kleine praktijkverbetering of werkgroep.

  • Het onder de aandacht brengen van het onderwerp binnen het team.

Met een CAT laat je zien dat je een concreet praktijkprobleem kritisch hebt onderzocht en dat je op basis van bewijs én professionele afweging tot een onderbouwde conclusie komt. Dat is precies waar evidence-based werken om draait: niet alleen weten wat er staat in de literatuur, maar ook nadenken over wat dit betekent voor jouw dagelijkse zorgpraktijk.

Tips bij het opstellen van een CAT voor verpleegkundigen

Zorg ervoor dat de literatuur die je vindt relevant en betrouwbaar is. Artikelen en studies moeten origineel zijn en het liefst zo actueel mogelijk. Inzichten van 30 jaar geleden kunnen al flink verouderd zijn. Richtlijnen, vaak opgesteld door experts, belangen-, patiënten-, of specialismeverenigingen, kunnen niet altijd gebruikt worden. Dat zijn namelijk geen originele artikelen. Vaak is er een voorwaarde dat de CAT minimaal moet bestaan uit minstens één systematic review en één origineel onderzoeksartikel (dus geen review). Gebruik de ‘pyramid of evidence‘ om relevantie te bepalen. Mocht je onvoldoende literatuur kunnen vinden, bedenk dan of je je vraag wellicht moet aanpassen.

Ook interessant om verder te lezen