Een beroerte (ook wel Cerebro Vasculair Accident of CVA genoemd) is een acute verstoring van de bloedtoevoer naar de hersenen, met potentieel blijvende gevolgen, zoals functieverlies of invaliditeit. Verpleegkundigen spelen een cruciale rol in vroege herkenning, samenwerking in het team en zorgverlening na een CVA. In dit artikel lees je de belangrijkste feiten, verschillen tussen infarct en bloeding, en wat je als verpleegkundige direct kunt betekenen.
Wat is een herseninfarct?
Een herseninfarct, ook wel een ischemisch CVA (iCVA) genoemd, is de meest voorkomende vorm van een beroerte: ongeveer 80% van alle CVA’s betreft een infarct. Hierbij raakt een bloedvat in de hersenen afgesloten, waardoor een deel van het hersenweefsel geen zuurstof en voedingsstoffen meer ontvangt. Dit kan leiden tot blijvende schade of afsterven van hersencellen.
De afsluiting ontstaat meestal door:
Trombose: een bloedvat slibt langzaam dicht door aderverkalking.
Embolie: een losgeraakt bloedstolsel schiet vast in een hersenslagader.
Wat is een hersenbloeding?
Bij een hersenbloeding scheurt een bloedvat in de hersenen, waardoor er bloed in of rondom het hersenweefsel terechtkomt. Dit bloed neemt ruimte in en veroorzaakt drukverhoging in de schedel — en die druk kan de hersenen snel beschadigen, omdat er weinig uitwijkmogelijkheden zijn binnen de harde schedel.
Een bloeding kan geleidelijk ontstaan, waarbij er langzaam bloed in het hersenweefsel lekt, maar ook plotseling en hevig, bijvoorbeeld door:
Een aneurysma (een verzwakte plek in een bloedvatwand die kan scheuren)
Hoofdtrauma (zoals een val, klap of ongeluk)
Zeer hoge bloeddruk
Bloedverdunners (die een bloeding kunnen verergeren)
Een hersenbloeding gaat vaak gepaard met acute symptomen zoals ernstige hoofdpijn, misselijkheid, verminderd bewustzijn, of plots uitvalsverschijnselen. Snelle medische beoordeling is daarom essentieel.
Verschil tussen een herseninfarct en een hersenbloeding
Herseninfarct (≈ 80 % van de CVA’s): een bloedvat is geblokkeerd; hersencellen krijgen onvoldoende zuurstof en sterven af.
Hersenbloeding (≈ 20 %): een bloedvat scheurt of knapt open, waardoor bloed zich ophoopt in hersenweefsel en druktoename optreedt.
De behandelingen en urgente acties verschillen sterk — daarom is onderscheid belangrijk.
Wat zijn de oorzaken van een CVA?
Een CVA (beroerte) ontstaat meestal door een verstoring in de bloedtoevoer naar de hersenen. Er zijn verschillende risicofactoren die de kans op een herseninfarct of hersenbloeding vergroten: hoge bloeddruk, hart- en vaatziekten, roken, diabetes mellitus, verhoogd cholesterol, beroerte-achtige aandoeningen in de familie, leeftijd, obesitas, inactiviteit, een ongezonde leefstijl en het gebruik van bepaalde medicijnen. Sommige mensen hebben ook een verhoogd risico op een CVA als gevolg van afwijkingen in de bloedvaten, zoals aneurysma’s of afwijkingen in de bloedstolling. Een CVA is een vorm van niet-aangeboren hersenletsel (NAH). Wanneer de verschijnselen van een beroerte binnen 24 uur volledig verdwijnen, spreken we van een TIA (transient ischaemic attack). Dit is een tijdelijke afsluiting van een bloedvat en kan een belangrijke waarschuwing zijn voor een toekomstig CVA.
Wat is een TIA?
Een TIA (transient ischaemic attack) is een tijdelijke afsluiting van een bloedvat in de hersenen. Hierdoor ontstaat een kortdurende verstoring van de bloedtoevoer naar een specifiek hersengebied. De klachten lijken sterk op die van een beroerte (CVA): bijvoorbeeld plotselinge verlamming of tintelingen aan één kant van het lichaam, moeite met praten of een afhangend mondhoekje.
Het grote verschil is dat de symptomen bij een TIA binnen 24 uur — vaak al binnen een uur — volledig verdwijnen, zonder blijvende schade. Toch is een TIA nooit onschuldig. Het wordt gezien als een belangrijk waarschuwingssignaal: veel mensen krijgen binnen enkele dagen tot maanden alsnog een ‘echte’ beroerte.
Om het risico op een herseninfarct te verkleinen, krijgen patiënten na een TIA meestal levenslang bloedverdunners voorgeschreven. Daarnaast wordt vaak gestart met bloeddruk- en cholesterolverlagende medicatie en leefstijladvies. Vroege herkenning en behandeling zijn belangrijk om erger te voorkomen.
Uitvalsverschijnselen: waar let je op?
Typische signalen die je als verpleegkundige moet herkennen:
Plotselinge krachts‑ of gevoelsverlies aan één zijde van het lichaam
Scheve mond of moeite met spreken/begrijpen
Verlies of verstoring van gezichtsveld, dubbelzien
Hevige hoofdpijn, bewustzijnsverlies vooral bij bloeding
Zowel infarct als bloeding kunnen leiden tot bewustzijnsverlies, verwardheid of zelfs coma.
Tip: registreer nauwkeurig tijdstip van start klachten — dit beïnvloedt behandelopties.
Verpleegkundige taken in acute fase
Controleer vitale functies, observeer bewustzijn, motoriek en spraak
Meld vermoedelijk CVA direct aan een arts; zodat er tijdig gestart kan worden met de juiste behandeling volgens de richtlijnen.
Documenteer tijdstip van klachtenbegin, symptomen en acties — cruciaal voor vervolg.
Hoe wordt een CVA behandeld?
In beide gevallen, bloeding en infarct, is snel handelen cruciaal. De behandeling van de twee is verschillend. Bij een herseninfarct moet de bron van het infarct zo snel mogelijk worden verwijderd, zodat het aangedane hersenweefsel zo snel mogelijk weer van bloed kan worden voorzien. Meestal wordt gekozen voor trombolyse. Door middel van een infuus krijgt de patiënt medicatie toegediend; een sterke bloedverdunner waardoor het bloedpropje oplost. Dit wordt door gespecialiseerde neurologische verpleegkundigen toegediend, vaak op een zogenaamde ‘stroke-unit’: een verpleegafdeling speciaal ingericht voor patiënten na een beroerte. Belangrijk is dat de patiënt binnen 4 tot 4,5 uur na de eerste klachten behandeld wordt. Tijdens een opname in het ziekenhuis bij een herseninfarct wordt de schade aan de hersenen geïnventariseerd. Patiënten starten vaak met antistollingsmedicatie, bloeddrukverlagers en cholesterolverlagers.
Een hersenbloeding is lastiger te behandelen en de overlevingskans is dan ook kleiner dan bij een herseninfarct. Op een CT-scan is een hersenbloeding meestal goed te zien, bij twijfel wordt een MRI-scan gemaakt. Soms kan een bloedend bloedvat ‘geclipt’ of gecoild worden.
Voor meer informatie over het onderwerp verwijzen we je graag door naar de Hersenstichting.
1 reactie