Laatste update: juni 2026
Medicatieveiligheid is een belangrijk onderdeel van het verpleegkundig beroep. Als verpleegkundige dien je dagelijks medicatie toe, observeer je bijwerkingen en geef je voorlichting aan patiënten. Hoe goed is jouw kennis van veelgebruikte geneesmiddelen?
Test jezelf met onderstaande medicatiequiz. De vragen zijn bedoeld voor verpleegkundigen, verpleegkundestudenten en andere zorgprofessionals.
Kun jij alle 10 vragen goed beantwoorden?
Vraag 1
Welke bijwerking komt vaak voor bij opioïden zoals morfine?
A. Obstipatie
B. Diarree
C. Hyperglykemie
D. Hypertensie
Vraag 2
Waarvoor wordt metformine meestal voorgeschreven?
A. COPD
B. Diabetes mellitus type 2
C. Hartfalen
D. Astma
Vraag 3
Welke waarde moet regelmatig gecontroleerd worden bij gebruik van vitamine K-antagonisten zoals acenocoumarol?
A. HbA1c
B. CRP
C. INR
D. Leukocyten
Vraag 4
Welke klacht komt vaak voor bij het gebruik van antibiotica?
A. Misselijkheid
B. Blindheid
C. Gehoorverlies
D. Hyperthyreoïdie
Vraag 5
Welk medicijn wordt vaak gebruikt bij epilepsie?
A. Metoprolol
B. Lamotrigine
C. Furosemide
D. Omeprazol
Vraag 6
Welke groep geneesmiddelen verlaagt de bloeddruk door vocht af te voeren?
A. Benzodiazepinen
B. Protonpompremmers
C. Diuretica
D. Antihistaminica
Vraag 7
Welke bijwerking komt regelmatig voor bij ijzersuppletie?
A. Zwarte ontlasting
B. Haaruitval
C. Hyperglykemie
D. Oedeem
Vraag 8
Wat is een veelvoorkomende bijwerking van prednisolon?
A. Gewichtsverlies
B. Slaperigheid
C. Verhoogde eetlust
D. Bradycardie
Vraag 9
Welk geneesmiddel wordt vaak gebruikt bij refluxklachten?
A. Omeprazol
B. Digoxine
C. Haloperidol
D. Acetylsalicylzuur
Vraag 10
Wat is het belangrijkste doel van dubbele medicatiecontrole?
A. Tijd besparen
B. Fouten voorkomen
C. Medicatie goedkoper maken
D. Minder rapporteren
Antwoorden
Antwoord vraag 1: A. Obstipatie
Uitleg
Opioïden vertragen de darmwerking. Obstipatie komt daarom veel voor bij patiënten die morfine of vergelijkbare middelen gebruiken. Vaak wordt preventief een laxans voorgeschreven.
Antwoord vraag 2: B. Diabetes mellitus type 2
Uitleg
Metformine is wereldwijd één van de meest gebruikte geneesmiddelen voor de behandeling van diabetes mellitus type 2.
Antwoord vraag 3: C. INR
Uitleg
De INR geeft informatie over de stolling van het bloed en wordt gebruikt om de dosering van vitamine K-antagonisten te bepalen.
Antwoord vraag 4: A. Misselijkheid
Uitleg
Veel antibiotica kunnen maag- en darmklachten veroorzaken, waaronder misselijkheid, buikpijn en diarree.
Antwoord vraag 5: B. Lamotrigine
Uitleg
Lamotrigine is een anti-epilepticum dat wordt gebruikt bij verschillende vormen van epilepsie.
Antwoord vraag 6: C. Diuretica
Uitleg
Diuretica stimuleren de uitscheiding van vocht via de nieren en worden onder andere gebruikt bij hypertensie en hartfalen.
Antwoord vraag 7: A. Zwarte ontlasting
Uitleg
Patiënten schrikken hier soms van, maar donkere ontlasting is een bekende en onschuldige bijwerking van ijzerpreparaten.
Antwoord vraag 8: C. Verhoogde eetlust
Uitleg
Corticosteroïden kunnen onder andere leiden tot gewichtstoename, verhoogde eetlust en stemmingsveranderingen.
Antwoord vraag 9: A. Omeprazol
Uitleg
Omeprazol vermindert de productie van maagzuur en wordt veel gebruikt bij refluxklachten en maagzweren.
Antwoord vraag 10: B. Fouten voorkomen
Uitleg
Dubbele controle helpt om medicatiefouten te voorkomen en draagt bij aan medicatieveiligheid.
Hoeveel vragen had jij goed?
0-4 goed: Tijd voor een opfriscursus farmacologie!
5-7 goed: Prima basiskennis!
8-10 goed: Uitstekend gedaan. Jij hebt jouw medicatiekennis goed op orde.