Verpleegkundigen kennen steeds vaker de term PICO, veelgebruikt bij het vinden van een geschikte onderzoeksvraag. Het zijn met name de HBO-V studenten die de methode gebruiken bij het doen van onderzoek of een presentatie moeten maken.




Wat is PICO?

PICO wordt gebruikt bij het beantwoorden van een onderzoeksvraag. Het helpt om je om relevante informatie te vinden in de wirwar van bronnen. De PICO is een methode, of een strategie, en wordt al langere tijd gebruikt door artsen en wetenschappers. Nu van de verpleegkundige ook steeds meer EBP (evidence based practise) onderzoek/presenteren wordt verwacht, is PICO een belangrijk hulpmiddel geworden. De letters van de PICO staan elk voor een stap van de methode.
P: Patiënt of probleem
I: Intervention
C: Comparison
O: Outcome of resultaat

Waarom PICO?

De PICO helpt jou dus bij het doen van onderzoek. Op internet en in boeken is oneindig veel informatie te vinden en al helemaal op medisch gebied. Een groot deel van die data is onbetrouwbaar of oud. En daarom niet bruikbaar voor jouw onderzoek. Je wilt het liefst alleen informatie gebruiken die je nodig hebt.

Hoe werkt de PICO?

Om dus tot een goed antwoord op de onderzoeksvraag te komen, is het belangdat je de juiste informatie vindt voor je onderzoek. En om dát te vinden, moet je beginnen met een goede onderzoeksvraag. Daarbij gebruik je de PICO-methode. Het is van belang om die zo specifiek mogelijk te formuleren. Wanneer je bijvoorbeeld iets zou willen weten over diabetes, bedenk dan bij welke patiëntengroep dit is (bijvoorbeeld reeds bestaande diabetes patiënten, of mensen boven de 50 jaar oud, of patiënten met co-morbiditeit etc.).

Voorbeelden PICO

Voorbeeld 1: de vraagt luidt: is een gift van een snelwerkende opoïde tablet effectiever dan een gift morfine sucutaan bij volwassenen met acute pijn door trauma?

Een PICO daarbij zou kunnen zijn:
P: volwassenen met acute pijn door trauma.
I: een gift snelwerkende opioïde tablet.
C: een gift morfine subcutaan.
O: periode van inwerken, voldoende pijnstillend, snel pijnstillend.

Voorbeeld 2: de vraag luidt: heeft een patiënt van 70 jaar of ouder minder kans op een trombosebeen bij een heupfractuur wanneer hij/zij vanaf de eerste dag na de operatie mobiliseert?
P: patiënt van 70 jaar of ouder met een heupfractuur die daarvoor geopereerd worden.
I: de eerste dag na de operatie mobiliseren.
C: niet de eerste dag na de operatie mobiliseren (na langere tijd).
O: minder frequent een trombosebeen.

Kijk voor meer voorbeelden op de volgende site.