De vitale functies van de mens. Dit zijn de meest belangrijke functies in het lichaam en zijn onmisbaar zijn voor het behoud van leven. Met andere woorden: deze functies houden het menselijk lichaam in leven. Een belangrijk taak in het werk van de verpleegkundge is het monitoren en controleren van deze waarden en een wijziging hierin opmerken en beoordelen. De vitale functies die we kennen zijn: ademhaling, bloedcirculatie, bewustzijn. Wanneer één van de functies een stoornis heeft of wegvalt, heeft dat gevolgen voor de anderen. De normaalwaarden die meestal worden aangehouden staan hieronder.



Vitale functies per categorie

Ademhaling

Ademfrequentie (aantal ademhalingen per minuut)
Ritme (het ritme van de ademhalingen of bijvoorbeeld het ademhalen met pauzes)
Diepte en gelijkmatigheid (de hoeveelheid lucht ingeademd per inademing)
Adembewegingen (dit doet de patiënt op zijn ademhalingsspieren (let op de nek en neusvleugels)
Ademgeluiden (piepen, reutelen, rochelen)
Saturatie (hoeveelheid zuurstof die in de weefsels wordt opgenomen, normaalwaarde is >98% tenzij anders afgesproken met de arts. Dit percentage kan lager liggen bij een longaandoening zoals COPD)

Hartslag

Frequentie (het aantal hartslagen per minuut)
Ritme (slaat het hart regelmatig of onregelmatig)
Vulling (is de vulling per hartslag: veel of weinig)
Gelijkmatigheid (van de vulling van de hartslag)

Bloeddruk

Systolische bloeddruk (bovendruk in de bloedvaten) in mmHg (millimeter kwikdruk)
Diastolische bloeddruk (onderdruk in de bloedvaten) in mmHg (millimeter kwikdruk)

Normaalwaarden vitale functies

(Bij volwassen, gezonde personen)
Ademhalingsfrequentie: 12-18 p/min.
Hartslag: 60-80 p/min.
Systolische bloeddruk: 115-130 mmHg.
Saturatie: >98%
Lichaamstemperatuur: 36,5-37,5 °C.

Het leren kennen van de vitale functies en de normaalwaarden daarvan zijn cruciaal voor verpleegkundigen, verzorgenden en andere zorgprofessionals. Je hebt het nodig bij het monitoren van je patiënt of bij het klinisch redeneren.

Bron: vitale functies