Klinisch redeneren

Door middel van opgedane kennis kan de verpleegkundige de juiste zorg aan de patiënt verlenen. Daarbij hoort uiteraard een bepaald niveau van kennis van anatomie en pathologie. Van de verpleegkundige wordt verwacht om bedreigende situaties voor de patiënt te herkennen en hierop adequaat te handelen. Door klinisch redeneren kan de verpleegkundige de observaties plaatsen en beoordelen. Dat is essentieel wanneer de verpleegkundige moet communiceren over de situatie met de arts. Marc Bakker, zelf verpleegkundige, kwam in zijn werk regelmatig een verslechterende situatie van een patiënt tegen. Een duidelijke methode om te beoordelen en communiceren met een arts miste hij. Hij vertaalde de klinisch redenen methode, dat in Amerika ontstond, naar het Nederlands. Om te oefenen met klinisch redeneren kun je kijken op deze website (klinischredeneren.eu).

De 6 stappen van het klinisch redeneren

Stap 1 – Oriëntatie op de situatie/klinisch beeld

Overzie de patiëntensituatie. Het klinische beeld van de patiënt presenteren, maar ook beargumenteren. Parameters en nevendiagnoses kunnen gebruikt worden. Het doel van deze stap is het onder woorden brengen van de situatie die je ziet en is het uitgangspunt van het klinisch redeneren. Je maakt hier immers duidelijk dát er iets aan de hand is.

Stap 2 – Klinische probleemstellingen

Wát is het probleem? Door middel van de gegevens die bij stap 1 zijn gegeven wordt dit bekeken. Het is de bedoeling dat je in deze stap duidelijk kunt maken wat de feitelijke problemen zijn. Belangrijk is dat je de somatische (lichamelijke) en psychosociale problemen kunt scheiden, maar hier ook een link tussen kunt leggen. Ook beredeneer je in deze stap welke orgaansystemen (bijvoorbeeld ademhalings, cardiovasculair of zintuigelijk systeem)  betrokken zijn en welke de prioriteit heeft.

Stap 3 – Aanvullend klinisch onderzoek

Welke onderzoeken moeten er gedaan worden om de juiste diagnose te kunnen stellen of de gevolgen van een aandoening te kunnen bereneden? Wat is er nog nodig om te weten welk beleid er gevoerd moet worden? Moet er bijvoorbeeld nog een röntgenfoto gemaakt worden? Of moet er een andere discipline in consult worden gevraagd? Het is aan de arts om deze onderzoeken te verantwoorden, maar van de verpleegkundige wordt gevraagd om hierin mee te denken.

Stap 4 – Klinisch beleid

Hoe wordt de patiëntensituatie in goede staat gehouden? Nu kan de verpleegkundige echt laten zien wat hij/zij in zijn/haar mars heeft. Hier kan de verpleegkundige de arts alvast een stapje voor zijn. Bedenkt de verpleegkundige al dat de arts de patiënt gekatheteriseerd wil hebben, dan kan de verpleegkundige de juiste materialen hiervoor vast pakken. Wanneer de patiënt waarschijnlijk een intraveneuze behandeling gaat krijgen, dan kan er vast een infuussysteem klaargemaakt worden. Let op dat ten alle tijde de arts verantwoordelijk blijft en je niet de arts buitensluit en/of taken overneemt.

Stap 5 – Klinisch verloop

Beredeneer wat het klinische verloop op korte en lange termijn zal zijn. Welke risico’s zijn er voor de patiënt en hoe kan ik daar als verpleegkundige op anticiperen? Een voorbeeld van benauwdheid verhelpen op de korte termijn is: acute benauwdheid bij een patiënt wegnemen door middel van toediening van zuurstof. Een interventie op de lange termijn kan dan het advies zijn om te stoppen met roken.

Stap 6 – Evaluatie

Wat is er geleerd en wat zou de volgende keer anders of beter kunnen? Door middel van evaluatie en reflectie op het eigen handelen, wordt er terug gekeken op de situatie. Je moet kunnen beredeneren of en wanneer de patiëntveiligheid bijvoorbeeld niet optimaal was of wanneer sprake was van een ethisch dilemma.

 

Bron: http://mens-en-gezondheid.infonu.nl/diversen/178909-verpleegkunde-klinisch-redeneren-volgens-marc-bakker.html