Ziektebeelden

Beknopte informatie over ziektebeelden die de verpleegkundige of verzorgende tegen kan komen.

A

Aambeien: hemmorhoïden (aambeien) zijn klein zwellichaampjes in de endeldarm die zijn gaan verzakken. Iedere persoon heeft deze zwellichaampjes maar in het geval van aambeien zijn deze door teveel druk verzakt tot soms zelfs buiten de anus.

ADHD: Attention Deficit Hyperactivity Disorder of ook wel aandachtstekort-hyperactiviteitstoornis genoemd. Mensen met ADHD hebben als meest bekende kenmerken: hyperactiviteit, impulsiviteit en probleem met de aandacht erbij houden.

ALS: Amyotrofische Laterale Sclerose (ALS) is een ernstig invaliderende, progressieve aandoening aan het zenuwstelsel. De zenuwen die de spieren van het lichaam aansturen vallen uit. De levensverwachting voor een patiënt is vanaf de diagnose 5 jaar. Tijdens de ziekte worden steeds meer spieren aangedaan, behalve de hartspier.

Artritis: gewrichtsontsteking.

Artrose: meest voorkomende chronische reumatische aandoening, waarbij het kraakbeen achteruitgaat (wordt dunner en zachter). Het leidt tot knobbels en vervorming van het bot. Deze knobbels bemoeilijken het bewegen en pijn veroorzaken, doordat het bijvoorbeeld zenuwen bekneld. Artrose is geen ouderdomsziekte.

B

Beroerte: onder een beroerte wordt een hersenbloeding (CVA) of herseninfarct (iCVA) verstaan. Bij een herseninfarct (80% van de gevallen) wordt een bloedvat in de hersenen afgesloten door een hersenstolsel. Dit deel van de hersenen sterft af wanneer er geen actie wordt ondernomen. Bij een hersenbloeding (20% van de gevallen) is een bloedvat open geknapt waardoor een bloed in de schedel vrij komt en dit beschadigd de hersenen ook. De belangrijkste symptomen zijn: wartaal uitspreken of moeilijk kunnen praten. Krachtsverlies aan één van de lichaamszijden. Een scheeftrekkend gezicht (mond). Plotselinge zeer heftige hoofdpijn zonder oorzaak.

Bijnierschorinsufficiëntie: niet goed werkende bijnieren. De bijnieren zijn endocriene klieren die bovenop de nieren liggen. De bijnieren zijn erg belangrijk en maken diverse hormonen aan waaronder cortisol (stresshormoon). Een tekort aan cortisol leidt tot de ziekte van Addison (met een gevaar voor een Addison crisis). Teveel cortisol leidt tot het syndroom van Cushing of de ziekte van Cushing.

C

Carpaal tunnel syndroom: een beknelling van één van de grote zenuwen in de arm door zwelling van het omliggende weefsel. Patiënten gaan meestal een operatie om dit op te lossen.

Coeliakie: gluten-allergie.

Colitis: chronische aandoening van de darmwand dat veroorzaakt wordt door het eigen afweersysteem. Klachten zijn fluctuerend. Bij colitis is meestal alleen het laatste deel van de dikke aangetast.

COPD: verzamelnaam voor de longaandoeningen chronische bronchitis en longemfyseem. COPD is niet te genezen en kent 4 stadia; COPD Gold I t/m COPD Gold IV.

Crohn: chronische aandoening van de darmwand dat veroorzaakt wordt door het eigen afweersysteem. Klachten zijn fluctuerend. Bij crohn kan het hele darmstelsel aangetast zijn.

Cushing, ziekte van: vorm van bijnierinsufficiëntie. Bij de ziekte van Cushing heeft de patiënt een (meestal goedaardige) tumor bij de hypofyse. Hierdoor wordt er teveel van het stresshormoon Cortisol aangemaakt. Typische symptomen zijn een verkeerde vetverdeling (dikke buik, dunne armen en benen), opgezwollen en rood gelaat. De behandeling is een operatie waarbij de tumor zo goed mogelijk weg wordt gehaald.

CVA: onder een CVA wordt een hersenbloeding (CVA) of herseninfarct (iCVA) verstaan. De verzamelnaam is beroerte. Bij een herseninfarct (80% van de gevallen) wordt een bloedvat in de hersenen afgesloten door een hersenstolsel. Dit deel van de hersenen sterft af wanneer er geen actie wordt ondernomen. Bij een hersenbloeding (20% van de gevallen) is een bloedvat open geknapt waardoor een bloed in de schedel vrij komt en dit beschadigd de hersenen ook. De belangrijkste symptomen zijn: wartaal uitspreken of moeilijk kunnen praten. Krachtsverlies aan één van de lichaamszijden. Een scheeftrekkend gezicht (mond). Plotselinge zeer heftige hoofdpijn zonder oorzaak.

 

D

Decubitus: ook wel doorligplek genoemd. Dit komt door beschadiging door druk op de huid of het onderhuids weefsel en komt meestal voor op de plek van een botuitsteeksel (stuit, hakken, schouderbladen).

Diabetes Mellitus: (ook wel suikerziekte genoemd) is een ziekte waarbij de patiënt zelf te weinig of geen insuline aanmaakt. Hierdoor stijgt de bloedsuikerspiegel in het bloed te veel met allerlei nadelige gevolgen van dien. Een gezond persoon maakt bij het eten van een maaltijd automatisch insuline aan in de pancreas (alvleesklier). Insuline is een hormoon dat ervoor zorgt dat de suiker in het bloed de lichaamscellen in kan, om daar verbrand te worden. Op deze manier kan het menselijk lichaam functioneren. Diabetes kent verschillende types waarbij de twee meest bekende zijn: Diabetes type 1; de patiënt maakt helemaal geen insuline aan, diabetes type 2; de patiënt maakt nog wel zelf insuline aan, maar minder dan dat nodig is. Bekende termen bij de ziekte zijn: hypo (een te lage bloedsuikerspiegel) en een hyper (een te hoge bloedsuikerspiegel). Een hypo is acuut gevaarlijk en kan verholpen worden door het toedienen van glucose (suiker). Een hyper is op de lange termijn schadelijk en kan verholpen worden met het injecteren van insuline.

Diverticulitis: divertikels zijn uitstulpingen in de dikke-darmwand. Deze divertikels zijn op zichzelf onschuldig en niet kwaadaardig. In deze uitstulpingen kan ontlasting blijven zitten en dat kan gaan ontsteken. Dan is er sprake van diverticulitis en wordt behandeld met antibiotica en een dieet met veel vezels en eventueel een laxerend medicijn, zodat de ontlasting zacht blijft.

E

Epilepsie: hersenaandoening waarbij de patiënt te maken heeft met aanvallen (insulten). Op dat moment geven de hersencellen overmatig signalen door waarbij het lichaam dit niet goed kan verwerken. De patiënt kan een ‘absence’ meemaken, waarbij hij/zij afwezig voor zich uit kijkt zonder het bewustzijn te verliezen. Bij een ‘tonisch-clonische aanval’ raakt de patiënt bewusteloos en krijgt hij/zij te maken met de bekende trekkende en schokkende bewegingen.

F

Fibromyalgie: chronische pijnklachten aan het bewegingsapparaat, stijfheid van het lichaam en algehele vermoeidheid. De oorzaak van fibromyalgie is nog niet bekend.

G

Galstenen: een galsteen ontstaat meestal in de galblaas, omdat het gal (vloeistof dat het lichaam aanmaakt om voedsel te verteren) te lang stilstaat en ‘indikt’. Doordat de ontstane steen lastig de galblaas kan verlaten, ontstaat er de bekende heftige koliekpijn. Wanneer het lichaam de galsteen niet zelf uit de galblaas kan ‘knijpen’ is er kans op galblaas- of galwegontsteking of een acute alvleesklierontsteking.

H

Hallux valgus: scheefstand grote teen. Hierdoor ervaart de patiënt veel pijn. Behandeling kan niet-operatief zijn (ander schoeisel) of operatief.

Hartfalen: het minder goed en minder krachtig werken van het hart.

Hartritmestoornissen: verstoring van het normale hartritme. De ene stoornis is ernstiger dan de ander. Sommige stoornissen moeten worden behandeld, de ander is onschuldig (meest hartkloppingen). Bekende hartritmestoornissen zijn: atriumfibrilleren (boezemfibrilleren), bradycardie, lange QT-syndroom.

Hematurie: bloed plassen. Dit kan met het oog te zien zijn, maar is soms ook alleen microscopisch waarneembaar. Dit is gemakkelijk te controleren door middel van een urinetest.

Hepatitis: ontsteking van de lever door een virus, bacterie of overmatig alcoholgebruik.

Hernia: een hernia betekent letterlijk ‘uitstulping’ en kan op meerdere plekken in het lichaam voorkomen. Meest bekend is de HNP; uitstulping van een tussenwervelschijf. De uitstulping kan op een zenuw drukken, waardoor de patiënt pijn ervaart in bijvoorbeeld nek, rug of been.

Hersenbloeding: bij een hersenbloeding is er een bloedvat in de hersenen kapot en er lekt letterlijk bloed. Dat zorgt ervoor dat de druk in de hersenen toeneemt. Ook wel CVA of beroerte genoemd, waarbij er een verschil gemaakt worden tussen CVA en iCVA (ischemische CVA: infarct van een gebied in de hersenen). Zie CVA.

Hypo/hypernatriëmie: te weinig (hypo) of te veel (hyper) van het zout Natrium in het bloed. Te veel natrium komt regelmatig voor bij mensen met diarree, braken of dehydratie. Zij verliezen teveel vocht en de concentratie natrium verhoogd daardoor. De hersenen zijn gevoelig voor een juist natrium gehalte. Verwardheid is een bekende complicatie van een te hoog natriumgehalte.

Hypo/hyperkaliëmie: te weinig (hypo) of te veel (hyper) Kalium in het bloed. Een juist Kaliumgehalte is nodig voor een handhaving van de bloeddruk en zenuwprikkelgeleiding.

Hypo/hyperthyreoïde: een te langzaam (hypo) of te snel werkende (hyper) schildklier.

Hypertensie: een te hoge bloeddruk.

J

Jicht: pijnlijke reumatische aandoening waarbij urinezuurkristallen in de gewrichten neerslaan, doordat de stofwisseling van het lichaam verstoord is. Een aanval kan overgaan in chronische jicht.

K

Kahler, ziekte van: ook wel multipel myeloom genoemd. Een kwaadaardige bloedziekte (beenmergkanker) waarbij witte bloedcellen van de patiënt woekeren.

L

Leukemie: vorm van kanker in één van de soorten witte bloedcellen. Ook bekend als bloedkanker of beenmergkanker. Leukemie kan acuut of chronisch voorkomen.

Levercirrose: verlittekening van de lever waarbij de lever zichzelf niet meer kan herstellen. De lever kan hierdoor minder goed werken. Veroorzaakt door een virus, vergiftiging of overmatig alcoholgebruik.

Liesbreuk: een uitstulping van het buikvlies door een zwakke plek in de buikwand. Een stukje darm kan hierdoor ‘naar buiten’ komen.

Longembolie: bij een longembolie zit een bloedvat naar de longen verstopt, waardoor er minder zuurstof in het bloed kan komen. Acute benauwdheid is een bekend symptoom. De oorzaak is meestal een bloedprop. Soms ruimt het lichaam het bloedstolsel zelf op, maar soms moet de patiënt bloedverdunners krijgen.

M

MS: Multiple Sclerose is een chronische zenuwaandoening en dus geen spierziekte, iets dat veel mensen denken. Bekende symptomen zijn oogproblemen, spierzwakte, duizeligheid en aangezichtspijn. De ziekte is progressief, maar verloopt in fases/aanvallen. Iedere patiënt heeft een ander klachten- en aanvalpatroon.

Myoom: vleesboom in de baarmoeder

N

Neuropathie: pijn als gevolg van zenuwbeschadiging

Nierfalen: kan acuut en chronisch voorkomen. De nieren werken niet meer goed en in het uiterste geval is de patiënt aangewezen op dialyseren (behandeling ter vervanging van de nierfunctie).

O

Obstipatie: aandoening waarbij de patiënt minder dan drie keer per week ontlasting heeft.

Orthostatische hypotensie: een plotselinge bloeddrukdaling bij het rechtop staan. De hersenen krijgen tijdelijk minder bloed. Dit kan klachten geven van duizeligheid en leiden tot flauwvallen. Patiënten worden geadviseerd bij het opstaan vanuit ligstand eerst even te zitten, alvorens te gaan staan.

OSAS: Obstructief Slaap Apneu Syndroom

Osteoporose: botontkalking

P

Parkinson: progressieve neurologische aandoening van het centrale zenuwstels. De stof dopamine wordt te weinig of niet aangemaakt in de hersenen, waardoor de patiënt allerlei lichamelijk klachten krijgt. Meest bekend zijn het beven, het ‘maskergezicht’, het ‘freeze-moment’ en het trager reageren.

Pneumothorax: klaplong

Pneumonie: longontsteking; ontsteking van de longblaasjes en het omliggende weefsel. Veroorzaakt door het inademen van bacteriën, virussen of schimmels. Een lichte longontsteking is thuis te behandelen. Een ernstigere vorm wordt in het ziekenhuis behandeld.

R

Reuma: reuma is een verzamelnaam voor ziekten aan het bewegingsapparaat die niet door een ongeval zijn veroorzaakt (bijvoorbeeld: weke delen reuma, artrose).

S

Schisis: hazenlip

Sepsis: in de volksmond ook wel bloedvergiftiging genoemd.

SLE: systemische lupus erythematodes is een auto-immuunziekte.

Spataderen: ook wel varices genoemd. Dit zijn verwijdingen van bloedvaten en wordt meestal gezien op de benen. Varices kunnen soms pijnlijk zijn. Varices kunnen ook op andere plekken in het lichaam voorkomen, bijvoorbeeld in de slokdarm.

Staar: ook wel cataract genoemd. Bij staar wordt de ooglens troebel, waardoor licht van buitenaf niet meer goed op het netvlies valt. Het gevolg is een wazig beeld. Staar kan veroorzaakt worden door ouderdom (komt het meest voor), aangeboren zijn of verkregen worden door een trauma. Behandeling bestaat uit een oogoperatie.

T

Trombose: wanneer in de bloedvaten een bloedstolsel (trombus) gevormd wordt, spreken we van trombose. Een trombose kan ontstaan in een slagader en in een ader. Bekende tromboses zijn een hartinfarct (trombose in het hart), herseninfarct (trombose in de hersenen), trombosebeen. Dit kan leiden tot een longinfarct, wanneer de trombus ‘doorschiet’. Een trombosebeen kan herkend worden aan een rood- of blauwkleurige opzwelling van één van de benen en een zwaar en pijnlijk been.

Tuberculose: infectieziekte veroorzaakt door een bacterie, meestal voorkomend in de longen. Symptomen zijn hoesten, bloed ophoesten, koorts, vermoeidheid en gewichtsafname. Tuberculose wordt overgedragen via de lucht.

U

Ulcus cruris: open wond of een zweer aan het been.

X