Medicatiequiz voor verpleegkundigen

dav

Heb jij kennis over algemene, veel voorkomende medicatie? Test het hier. Bekijk de antwoorden onderaan de pagina.

1. Welke pijnstiller wordt onder andere gebruikt als pleister?
A: Furosemide
B: Fentanyl
C: Flucloxacilline
D: Fludrocortison

2. Welk middel wordt voorgeschreven bij een te hoge bloeddruk?
A: Adalat (Nifedipine)
B: Amoxicilline
C: Amitriptyline
D: Alfusozine

3. Welk medicijn is géén antibioticum?
A: Adrenaline
B: Ciprofloxacine
C: Cotrimoxazol
D: Nitrofurantoïne

4. Nadat een patiënt wordt gediagnosticeerd met Diabetes Mellitus type 2 is de eerste stap van de behandeling:
A: een leefstijl wijziging
B: metformine
C: gliclazide
D: insuline

5. NSAID’s (Non-Steroidal Anti Inflammatory Drugs) kunnen maag- en darmklachten veroorzaken. Je moet dan denken aan een maagzweer of een maagbloeding. Wat is juist?
A: Eenn NSAID wordt bij voorkeur als zetpil gegeven.
B: Roken en stress vergroten het risico op een maagzweer.
C: Het gebruik van een maagwandbeschermer kan helpen om maagproblemen door NSAID’s te voorkomen.
D: Alle bovenstaande antwoorden zijn correct.

6. De arts schrijft adrenaline nodig, maar hebt alleen het volgende op voorraad. Welk middel neem je?
A: Efedrine
B: Emadine
C: Epinefrine
D: Erytromycine

 

Antwoorden

De juiste antwoorden op bovenstaande vragen zijn als volgt: 1 B, 2 A, 3 A, 4 A, 5 D, 6 C.

Geef als eerste een reactie

Geef een reactie

Uw e-mailadres wordt niet gepubliceerd.


*